Wat is het doel van elke Christen

In het begin van elke gelovige zijn levenswandel is het te verwachten dat men God probeert te leren kennen doormiddel van religie zoals eerder vermeld. Dit komt omdat onze geestelijke wandel gekenmerkt word door een geestelijke infectie genaamd de “Jesaja 5:20-21 infectie”. 

Jesaja 5:20-21

Het zal slecht aflopen met de mensen die van het kwaad zeggen dat het goed is en van het goede zeggen dat het kwaad is. Die van het donker zeggen dat het licht is en van het licht zeggen dat het donker is. Die van bitter zeggen dat het zoet is en van zoet zeggen dat het bitter is. Het zal slecht aflopen met de mensen die zichzelf zo wijs en verstandig vinden en die alleen hun eigen mening belangrijk vinden.

Ons geestelijke leven is een proces waarbij wij samen met God op reis gaan naar onze werkelijke zelf, en hierdoor onze samenleving en de wereld om ons heen veranderen. Dit begint met de waterdoop (welke zuivering van ons denken symboliseert) en verder groeit naar een zelfverloochenend en gedisciplineerd leven tot wij de eindbestemming van “gelijkenis” bereiken. Met het woord “gelijknis” bedoelen wij eenheid in gemeenschap met God. Zelfs als wij spreken over het Christendom als religie zou dit onze veronderstelling moeten zijn, anders zullen wij onze tijd en leven verspillen aan onnodige tradities en denkwijzen. 

Het Christendom is voornamelijk een kerk. Het woord “kerk” betekent “lichaam van Christus/ samenstelling van de gelovigen”.

Mattheus 16:18 

Ik zeg je dat jij Petrus [ (= ‘steen’) ] bent. En op deze rots zal Ik mijn gemeente (kerk) bouwen. De machten van het dodenrijk zullen de gemeente niet kunnen tegenhouden

Colossenzen 1:18

Hij is het Hoofd van de gemeente (kerk) en de gemeente (kerk) is zijn Lichaam. Hij is het begin van alles. Hij is de eerste die uit de dood is opgestaan. Zo is Hij dus van alles de eerste. 

1 Timotheus 3:15

Maar het kan zijn dat ik nog een poosje wegblijf. Dan weet je nu alvast hoe de mensen zich moeten gedragen in het huis van God. Het huis van God is de gemeente (kerk) van de levende God. Het is een steunpilaar en een fundament van de waarheid.

Dit betekent dat Christus niet gewoon in de hemel woont en de geschiedenis en het leven van mensen daarvandaan leidt, maar dat Hij met ons verenigd is. Hij stelde de menselijke natuur samen en vergoddelijkte deze; dus in Christus is de vergoddelijkte menselijke natuur aan de rechterhand van de Vader. Dus Christus is ons leven en we zijn “leden van Christus”. 

Een ander doel van de gelovige is om de gezegende staat van vergoddelijking te bereiken. Vergoddelijking is hetzelfde als “gelijkenis”, betekenende te zijn als God. Voordat wij deze staat van zijn kunnen bereiken moet eerst zuivering plaatsvinden. Deze zuivering en genezing is het werk van de Heilige geest en de kerk. Wij moeten beseffen dat als wij een gelovige menen te zijn zonder dat zuivering plaatsvind, zijn we enkel religie aan het bouwen in ons leven zoals wij die hedendaags kennen.

Jakobus 1:26-27

Als je jezelf heel gelovig vindt, maar intussen zegt [ en doet ] wat je maar wil, dan houd je jezelf voor de gek. Want dan is je geloof waardeloos. Zuiver en eerlijk geloof houdt voor God de Vader in: zorgen voor de weeskinderen en de weduwen die het moeilijk hebben, en niet langer meedoen met de slechte dingen die de ongelovige mensen doen.

Deze zuivering maakt dat ons geloof niet filosofisch is nog hedendaagse religie, maar genezing. Het is de genezing van onze hartstochten/lusten dat er voor zorgt dat wij in eenheid en harmonie met God kunnen leven en wandelen. Op deze manier zullen wij ons persoonlijke leven en onze samenleving kunnen veranderen, één voor één. Velen beweren gelovig te zijn, maar heeft er zuivering plaats gevonden? Word ons leven gekenmerkt door liefde en totale goedheid? 

Johannes 13:34-35

Ik geef jullie een nieuwe wet: houd net zoveel van elkaar, als Ik van jullie. Als jullie veel van elkaar houden, zal iedereen kunnen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.”

In de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan liet de Heer ons verschillende waarheden zien waar wij van kunnen leren. 

Lucas 10:25-37

Er stond een wetgeleerde op die Jezus met een strikvraag in de val wilde laten lopen. Hij zei: “Meester, wat moet Ik doen om het eeuwige leven te krijgen?” Jezus zei tegen hem: “Wat staat er in de wet [ van Mozes ]? Wat lees je daar?” Hij antwoordde: “Houd van je Heer God met je hele hart en je hele ziel en alles wat je hebt en je hele verstand. En houd ook net zoveel van je broeders als van jezelf.” Jezus zei tegen hem: “Je hebt een goed antwoord gegeven. Doe dat, dan zul je leven.” Maar hij deed alsof hij wilde uitleggen waarom hij Hem dat gevraagd had. Daarom zei hij tegen Jezus: “Maar wíe zijn dan mijn broeders?” Jezus antwoordde: “Er reisde eens een man van Jeruzalem naar Jericho. Onderweg werd hij overvallen door rovers. Ze sloegen hem halfdood en beroofden hem van alles wat hij had. Daarna gingen ze weg en lieten hem zo liggen. Er reisde toevallig ook een priester langs die weg. Hij zag de man wel liggen, maar liep met een boog om hem heen. Daarna kwam er een tempeldienaar langs, maar ook hij liep met een boog om hem heen . Daarna kwam er een man uit Samaria langs. Toen hij dichtbij was gekomen en hem zag, kreeg hij medelijden met hem. Hij ging naar hem toe en verzorgde de wonden met olijf-olie en wijn. Daarna verbond hij hem, zette hem op zijn ezel en bracht hem naar een herberg. Daar verzorgde hij hem verder. De volgende dag gaf hij de herbergier twee zilverstukken en zei tegen hem: ‘Zorg voor deze man. En als zijn verzorging méér kost, dan zal ik je dat betalen wanneer ik terugkom.’ Wat denk je. Wie van deze drie mensen is nu een broeder geweest voor de man die door de rovers was overvallen?” De wetgeleerde antwoordde: “De man die goed voor hem is geweest.” Jezus zei tegen hem: “Ga, en doe hetzelfde.” 

In dit verhaal toont Jezus ons dat Hij als een typebeeld van de barmhartige Samaritaan, die de mens verzorgt. Hij brengt hem naar de herberg welke het typebeeld is van de kerk voor verdere verzorging. Christus word hier afgebeeld als een arts die de ziektes geneest van de mens, en de kerk als een ziekenhuis waar men volledige herstel vind. Het dieper begrip is dat wij het probleem van de mens zien als een ziekte. De mens daalde af van zijn hemelse staat naar de staat van het bedrog van de duivel, en hij viel onder dieven. Dit wil zeggen de duivel en de boze machten. De wonden die hij heeft opgelopen zijn de verschillende zonden. 

Psalm 38:5-13

Ik word bedolven onder mijn eigen slechte daden.

Ze zijn een last die ik niet langer kan dragen. Mijn wonden zweren en stinken. Het is mijn eigen schuld. Ik loop gebogen van ellende. Ik draag aldoor zwarte kleren [ als teken van verdriet ]. Ik ben door en door ziek.

Niets is er nog gezond. Ik ben uitgeput, bijna dood van vermoeidheid.

Ik schreeuw het uit, zó bonkt mijn hart. Heer, U weet waar ik naar verlang.

U hoort hoe ik kreun. Mijn hart bonkt. Ik heb geen kracht meer en mijn ogen staan dof. Mijn vrienden en kennissen blijven weg nu ik ziek ben.

Zelfs mijn familie komt niet meer. Mijn vijanden willen me doden.

Ze zetten een val voor mij op. Ze zeggen slechte dingen over mij om mij kwaad te doen. Ze bedenken sluwe plannen tegen mij.

Elke zonde brengt wonden, kneuzingen en diepe krassen met zich mee. De Samaritaan is Christus zelf, die uit de hemel neerdaalde op aarde om de gewonde man te genezen. Hij gebruikte olie en wijn voor de wonden. Dit wil zeggen door de Heilige Geest te vermengen met zijn bloed, bracht Hij leven tot de mens. Wijn word gebruikt voor het reinigen van de wonden, met andere woorden het brengen van instructie voor onze verwarde denken. Olie word gebruikt als een zalving om de wonden te verzorgen, met andere woorden het brengt het troostend woord. 

De man werd gelegd op de ezel van de barmhartige Samaritaan. Dit is een typebeeld van Christus die vlees nam over zijn goddelijkheid en de man tilde op zijn schouders naar onze Vader in de Hemel. Waarna hij ons leidde naar de herberg welke de kerk is. Daar aangekomen verzorgde Hij de man verder en gaf hem aan de herbergier welke symbool staat voor de leiders in de kerk voor de verdere verzorging. De kerk is dus als een ziekenhuis die zieken geneest van hun zonden, en herstelt tot hun oorspronkelijke wezen zoals God deze bedoeld heeft. Deze waarheden vinden wij vaker terug in het Nieuwe Testament. 

Mat. 9:12

Jezus hoorde het. Hij zei tegen hen: “Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieke mensen wél. 

Mat. 4:23:24

Jezus trok in heel Galilea rond. Hij gaf les in de synagogen. Hij vertelde er het goede nieuws van het Koninkrijk. Ook genas Hij de mensen van al hun ziekten en kwalen. Tot in Syrië hoorden de mensen over Hem. En de mensen brachten iedereen naar Hem toe die erg ziek was of pijn had. Ook mensen in wie duivelse geesten zaten, mensen met epileptische aanvallen en verlamde mensen. En Hij maakte hen gezond.

Openbaringen 22:1-2

En de engel liet mij een rivier zien van water dat levend maakt. Het water was zo helder als kristal. Het stroomde uit de troon van God en van het Lam, midden door de straat van de stad. En midden op de straat en aan beide kanten van de rivier stonden levensbomen. Daar groeien twaalf keer per jaar vruchten aan, elke maand een keer. De bladeren genezen de volken. 

In de kerk word men verdeeld onder ziekte en niet onder moreel of immoreel, Goed of slecht gebaseerd op wetten. De verdeling ziet er als volgt uit:

  • Mensen die ziek zijn
  • Mensen die behandeld worden
  • Mensen die genezen zijn

Om mensen te verdelen onder “goed of slecht” is heel erg oppervlakkig. Mensen worden Bijbels gezien gedefineerd als zieken in de ziel, die worden genezen en diegenen die al genezen zijn. Allen die niet in de staat zijn van verlichting, betekenende “mensen die leven, gedreven door liefde, voor totale goedheid”  zijn ziek van ziel. Het is niet enkel goede wil, vastberadenheid, morele praktijken en toewijding aan de kerkelijke tradities wat een gelovige maakt. Maar zuivering, verlichting en vergoddelijking wat een gelovige maakt. Dit is het doel van elke mens die zegt te geloven in onze Heer Jezus Christus ter vernieuwing van zichzelf en de wereld om ons heen voor totale goedheid.